De pensioenfondsen gingen meer in aandelen beleggen. De aldus te verwachten overrendementen konden gebruikt worden voor pensioenverbetering en verlaging van de premies. Bij verzekeraars werden beleggingslijfrentes en beleggingspensioenen populair. De verzekeringnemer mocht zelf bepalen of hij met z’n inleg risico wilde lopen in de hoop op een hoger rendement. De belangstelling voor pensioenbeleggen verdween bij de consument als sneeuw voor de zon toen de beurs in de periode 2000-2003 een glijvlucht naar beneden maakte. Wel belangstelling hadden klachteninstituten en toezichthouders. Veel consumenten spanden een rechtszaak aan tegen de financiële instelling. Zij hadden nooit mogen toestaan dat het pensioengeld zo risicovol werd belegd. In veel gevallen werden zij in het gelijk gesteld en kregen compensatie toegekend. De sterke daling van de beurzen leidde bij veel pensioenfondsen tot forse verliezen. Van schrik brachten zij het percentage aandelen in hun portefeuille terug.
De Autoriteit Financiële Markten is belast met het toezicht op onder meer het aanbod van beleggingsproducten. Deze instelling gaat vanaf 2007 toezien op pensioenregelingen waarbij werknemers zelf de beleggingsportefeuille mogen samenstellen. Dit betreft de zogenaamde beschikbare premieregelingen, waarbij de pensioenaanspraken afhankelijk zijn van de beleggingsresultaten. In de nieuwe pensioenwet is bepaald dat de pensioenfondsen en verzekeraars de pensioenverzekerden moeten informeren over de risico’s van de beleggingen. In geval van tegenvallende beleggingsresultaten kan het pensioenkapitaal veel lager uitvallen dan nodig voor de oudedag. Naarmate de werknemer dichter bij zijn pensioendatum komt, mag het risico minder groot worden. Dat kan betekenen dat een werknemer het percentage aandelen omlaag moet brengen ten gunste van veilige obligaties.
Voor de fiscus maakt het weinig uit of er sprake is van een beleggingspensioen of een gegarandeerd pensioen. Als bij een beleggingspensioen de uitkeringen tegenvallen, moet de fiscus genoegen nemen met een lagere belastingheffing. Als de uitkeringen daarentegen meevallen, krijgt de fiscus ook meer. Wel is het zo dat bij een zeer hoog pensioenkapitaal bij de start van het pensioen ineens belasting moet worden betaald over het surplus. Het kapitaal mag namelijk niet hoger zijn dan nodig is om uitkeringen van 100 procent van het laatstverdiende salaris mogelijk te maken.
]]>